Zoeken in deze blog

woensdag 28 december 2016

Tien kleine dichtertjes


Tien kleine dichtertjes
Rijmden in de regen
Een vloog uit zijn metrum 
Toen waren er nog negen 

Negen kleine dichtertjes
Staarden in de nacht
Eentje sprong van een kwatrijn
Toen waren er nog acht

Acht kleine dichtertjes
Schreven voor hun leven
Een viel van zijn versvoet
Toen waren er nog zeven 

Zeven kleine dichtertjes
Grepen naar de fles 
Een gleed van zijn strofe af
Toen waren er nog zes

Zes kleine dichtertjes
Hielden hun jamben stijf
Een struikelde over de klemtoon 
Toen waren er nog vijf

Vijf kleine dichtertjes
Maakten veel plezier
Een brak zijn nek op een sonnet 
Toen waren er nog vier

Vier kleine dichtertjes
Bedreven de po√ęzie 
Een verdronk in de tranenzee
Toen waren er nog drie

Drie kleine dichtertjes 
Vonden parabolen wel okay 
Een was een beetje levensmoe
Toen waren er nog twee

Twee kleine dichtertjes
Bleven op de been
Voor een was zijn trochee te zwaar
Toen was er nog maar een

Een klein dichtertje
kreeg  de anapest
Hij stortte toen ter aarde
en voegde zich bij de rest

Een klein dichtertje
Hing aan de wilgen toen zijn lier
en raad eens wie die dichter is
Dat dichtertje staat hier